Ontwerpadvies SER "Stelsel gezond en veilig werken".

Geplaatst op dinsdag 04 december 2012 10:06:00

De SER richt zich in haar ontwerpadvies “Stelsel gezond en veilig werken” op een aantal vraagstukken op het terrein van gezond en veilig werken die naar zijn oordeel bijzondere aandacht behoeven. Tevens wil hij met het advies het sociaaleconomische belang van een effectief stelsel voor gezond en veilig werken  onderstrepen.

Het advies is een reactie op de adviesaanvraag van de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – van 20 april 2012 – over de kabinetsvisie op het stelsel voor gezond en veilig werken.

Wat de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden betreft, pleit de raad voor begrijpelijke formuleringen. Hij acht het gewenst dat het kabinet voortgaat met het ontwikkelen van doelvoorschriften, te weten wettelijke normen voor gezond en veilig werken waaraan bedrijven zich moeten houden, in combinatie met het verminderen van middelvoorschriften (hoofdstuk 3). De middelen en methoden om aan die doelvoorschriften te voldoen, leggen sociale partners vast in arbocatalogi. De toetsing van deze arbocatalogi door de Inspectie SZW moet volgens de raad meer eenduidig plaatsvinden.

De raad is er voorstander van dat het kabinet het Nederlandse model van arboregelgeving met wettelijke doelvoorschriften en door sociale partners geformuleerde middelen (vastgelegd in arbocatalogi) uitdraagt in de EU. Daarmee kan worden toegewerkt naar een Europees gelijk niveau van wetgeving.Meer specifiek spreekt de raad zich uit over het beleid ten aanzien van zogeheten grenswaarden (paragraaf 3.2 en 3.3). Grenswaarden concretiseren het beschermingsniveau van doelvoorschriften in de vorm van een norm of een getalswaarde. De raad maakt bij zijn aanbevelingen onderscheid naar grenswaarden voor gevaarlijke stoffen en grenswaarden voor niet-stoffen gerelateerde risico’s.

Volgens de Arbowet moeten werkgevers een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) opstellen. Deze vormt de basis voor het arbeidsomstandighedenbeleid binnen een bedrijf. Het blijkt echter dat met name kleinere bedrijven achterblijven bij het maken van een (schriftelijke) RI&E.

De raad onderstreept in hoofdstuk 4 het belang van een RI&E als startpunt voor het verbeteren van de veiligheid in het werk. Volgens de raad maakt een digitale RI&E het vooral voor kleinere bedrijven makkelijker om een RI&E op te stellen en te gebruiken. De manier waarop aan de RI&E in de metaalbranche succesvol vorm is gegeven, verdient brede toepassing in de Nederlandse bedrijven.

Uit onderzoek blijkt dat er sprake is van knelpunten in de bedrijfsgezondheidszorg. Deze hebben met name betrekking op de positie van de bedrijfsarts. Onder meer blijkt dat 4preventie er vaak bij inschiet. In hoofdstuk 5 doet de raad aanbevelingen ten aanzien van de bedrijfsgezondheidszorg op de korte en de langere termijn.

Voor de korte termijn wijst de raad op instrumenten waarmee werkgevers en werknemers zelf werk kunnen maken van preventie.

Ten aanzien van de bedrijfsarts acht hij het van groot belang dat de bedrijfsarts de privacy van de werknemer in acht neemt en dat de bedrijfsarts onafhankelijk optreedt. Ook doet de raad aanbevelingen voor verbetering van de toegankelijkheid van de bedrijfsarts voor alle werkenden en het vergroten van zijn deskundigheid (met specifieke kennis van de branche waarin hij werkzaam is). De raad acht het verder noodzakelijk dat er een oplossing komt voor het groeiende tekort aan bedrijfsartsen.

Verder benadrukt de raad het belang van een betere samenwerking met de reguliere zorg.De raad formuleert een aantal uitgangspunten voor de bedrijfsgezondheidszorg op langere termijn (paragraaf 5.6). Hij bepleit dat het kabinet deze complexe materie verder verkent en is graag bereid zich hierover in een vervolgadvies nader uit te spreken.

Melding en registratie van beroepsziekten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan preventiebeleid. De raad constateert in paragraaf 6.2 dat de (wettelijke) meldingsplicht door bedrijfsartsen onvoldoende wordt nageleefd. Daarom moet niet-naleving volgens de raad worden gesanctioneerd. Verder acht hij het gewenst de onderrapportage mee te nemen in het bepleite onderzoek naar de bedrijfsgezondheidszorg op langere termijn.

De raad gaat in paragraaf 6.3 in op het verhalen van werkgerelateerde gezondheidsschade en knelpunten die daarbij optreden. De raad ziet op korte termijn mogelijkheden tot verbetering via de behandeling van schadeclaims door gespecialiseerde rechters. Voor de langere termijn kunnen ook verdergaande mogelijkheden in beeld komen, zoals de nader te onderzoeken optie van een directe verzekering waarbij de werknemer zich met een claim rechtstreeks tot de verzekeraar van een bedrijf kan wenden.

De raad acht toezicht en handhaving essentieel: het arbostelsel kan niet goed functioneren zonder adequaat toezicht en handhaving. Hij heeft zorg over de huidige beperkte omvang van de Inspectie SZW. De raad pleit in hoofdstuk 7 voor voldoende inspectiedruk en deskundigheid bij de Inspectie SZW.

 

Het volledige ontwerpadvies (3,6 Mb)

Wie zijn wij


 

Wij zijn Arbode Consultancy, uw partner voor advies en training op het gebied van arbeidsomstandigheden, kwaliteit en milieu. Dagelijks staat ons team van arboprofessionals voor u klaar om u van dienst te zijn. Stuk voor stuk mensen met veel ervaring en oog voor de praktijk. 

 

DOE-HET-ZELF TIPS ARBODE

AANRADER! Interne audit training

Het periodiek verifiëren of het uitgezette beleid in...

Preventie- medewerker 2014

Elk bedrijf moet ten minste één preventiemedewerker in...

Contact

Arbode Consultancy b.v.
Papland 4d
Postbus 274
4200 AG Gorinchem
0183 - 64 93 67
Email
of contactformulier